Of je het leuk vindt of niet — 2025 laat zich steeds duidelijker zien als het jaar waarin rosé wijn terrein wint. Deze wijn wordt gemaakt van rode druiven, waarbij de schillen maar kort in contact blijven met het sap. Daardoor draagt het net genoeg kleur over om die herkenbare rosétint te krijgen. Bij klassieke rode wijn draait het om maximale extractie: kleur, tannines en structuur. Dat bereik je door wekenlang in contact met de schillen te blijven — soms 18 dagen of meer. Rosé zit aan de andere kant van het spectrum: 2 tot 24 uur schilcontact is meestal voldoende.
In de wijngaard
Voor rosé worden dezelfde druivenrassen gebruikt als voor rode wijn, alleen plukt men ze vaak eerder. Naarmate het seizoen vordert, stijgt het suikergehalte en daalt de zuurgraad. Meer suiker betekent een hoger alcoholpercentage — iets dat goed werkt bij krachtige rode wijnen, maar snel te zwaar valt in een rosé. Een alcoholgehalte van 14,5% is daar simpelweg te veel van het goede. Tegelijkertijd blijft frisse zuurgraad cruciaal, juist om de wijn levendig te houden. Omdat tannines in rosé geen hoofdrol spelen, mogen de druiven best iets eerder geplukt worden. In koele jaren is rosé daarom een handige uitweg: je kunt met minder rijp fruit nog steeds een mooie wijn maken.
In de wijnmakerij
Er zijn meerdere manieren om rosé te maken. De klassieke methode begint met het kneuzen en ontstelen van rode druiven. Het sap dat vrijkomt is kleurloos, maar doordat het onmiddellijk in contact komt met de schillen, begint het langzaam te kleuren. Urenlang verandert het mengsel van troebel lichtroze naar een intensere tint. De wijnmaker bepaalt het juiste moment om te persen — meestal ergens tussen 3 en 12 uur. Daarna wordt het sap overgeheveld en begint de fermentatie. Rosé fermenteert bij lage temperatuur om de frisse fruitsmaken te behouden. Bij rode wijn gebeurt dit juist warmer, om meer extractie uit de schillen te halen.
Een alternatieve methode is de saignée-techniek — Frans voor ‘bloeden’. Hierbij worden rode druiven gekneusd en ontsteeld met als hoofddoel een stevige rode wijn. Tijdens de koude inweking wordt een deel van het sap afgetapt, meestal 10 tot 15%. Dat heeft twee voordelen: de overblijvende most heeft meer schillen per liter, wat de rode wijn concentratie geeft. En je houdt een hoeveelheid roze sap over. Dat kun je vergisten tot rosé. Maar daarvoor zijn eerst een paar aanpassingen nodig.
Omdat de druiven zijn geoogst met rode wijn als doel, is het suikergehalte vaak te hoog en de zuurgraad te laag voor rosé. De oplossing: corrigeren met wijnsteenzuur. Dit zuur, dat van nature al in druiven zit, wordt toegevoegd om de pH naar een werkbaar niveau te brengen — rond de 3,2 tot 3,3. Tijdens de gisting stijgt die waarde iets. Om het suikergehalte terug te brengen wordt amelioratie toegepast: een mix van water en wijnsteenzuur wordt aan het sap toegevoegd tot het gewenste suikerpercentage is bereikt, meestal rond de 20 tot 22%. Daarna wordt het sap gefermenteerd zoals bij traditionele rosé.

Naast de klassieke methoden bestaan er ook minder gangbare technieken om rosé te maken. Zo kun je een kleine hoeveelheid rode wijn mengen met witte wijn om een roze tint te creëren. Dat gebeurt vooral bij goedkopere commerciële varianten. Een andere manier is direct persen: druiven worden gekneusd, direct geperst en vervolgens vergist, zonder maceratie. Tot slot is er nog de techniek waarbij een rode wijn wordt ontkleurd met actieve kool — zelden toegepast, maar technisch mogelijk. Ook perenwijn wordt soms op kleur aangepast, al speelt dat in een andere categorie.
Samenvatting: rosé maken in de praktijk
Hoe rosé ook wordt gemaakt — het glas verraadt het meestal niet. Uiterlijk kunnen de wijnen sterk op elkaar lijken. Het verschil zit in geur, structuur en frisheid. Traditioneel gemaakte rosé smaakt licht, droog en levendig, met fruitige ondertonen. Rosé uit de saignée-methode is vaak iets geconcentreerder, met meer diepte in het fruitkarakter. De kleur geeft soms een hint: bleke rosé wijst op kort schilcontact, terwijl een intensere tint een langere inweking suggereert. Wat je voorkeur ook is: rosé blijft een toegankelijke en veelzijdige wijnstijl die zowel makers als drinkers blijft verrassen.
Dieper in de rosétechniek
Rosé heeft de laatste jaren flink aan populariteit gewonnen. Dat roept de vraag op: hoe wordt deze wijn precies gemaakt? Er bestaan veel misverstanden. Sommigen denken dat het simpelweg een mengsel is van rode en witte wijn. Technisch kan dat — en het gebeurt ook — maar het is zelden de methode van voorkeur onder serieuze wijnmakers.
Van blauwe druif naar roze wijn
Rosé wordt net als rode wijn gemaakt van blauwe druiven. Het verschil zit in de duur van het schilcontact. Bij rode wijn blijven de schillen lang in contact met het sap — soms weken. Bij rosé is dat beperkt tot enkele uren. Dat verklaart de kleur én het lichtere karakter.
Waar de kleur vandaan komt
De roze kleur is afkomstig van de schil van blauwe druiven. Tijdens de verwerking worden pitten, steeltjes en vaste bestanddelen verwijderd. Hoe langer de schillen in de most blijven, hoe intenser de kleur. Hierin zit de finesse van de rosé-wijnmaker: timing is alles.
Directe persing versus saignée
Bij directe persing worden de druiven direct geperst en is het schilcontact dus minimaal. Het sap wordt vrijwel meteen vergist. De saignée-techniek werkt anders: druiven worden eerst ingeweekt voor rode wijn, maar een deel van het sap wordt vroegtijdig afgetapt. Dat aftreksel wordt apart vergist tot rosé. Beide methoden geven een andere balans van zuren, body en fruitigheid.
Een goed glas rosé op tafel lijkt simpel, maar daar gaat vakmanschap aan vooraf. In het volgende deel bekijken we hoe je deze technieken thuis zelf kunt toepassen.
Veelgestelde vragen
Welke druiven voor rosé?
Voor rosé worden vooral blauwe druiven gebruikt. In sommige gevallen worden ook witte druiven toegevoegd, maar dat is minder gebruikelijk.
Hoe krijgt roze zijn kleur?
De kleur van rosé ontstaat door het contact van het druivensap met de schillen van blauwe druiven. Hoe korter dat contact, hoe lichter de wijn blijft.
Is zelf wijn maken moeilijk?
Wijn maken vraagt om kennis en aandacht, maar met de juiste voorbereiding en materialen is het goed te doen — ook thuis.
Hoe krijg je rosé?
Door blauwe druiven te persen en het sap slechts kort in contact te laten met de schillen, ontstaat de kenmerkende rosékleur.
Waar is rosé van gemaakt?
Rosé is gemaakt van blauwe druiven. De kleur komt tot stand door een beperkte inweking met de schillen tijdens de eerste fase van het proces.
Is rosé een kleur?
Rosé verwijst naar de kleur van de wijn. Die ontstaat uit het schilcontact van blauwe druiven en varieert van licht zalmroze tot diep roze.
Welke druiven worden gebruikt voor rosé?
Meestal worden blauwe druiven gebruikt, zoals grenache, syrah of pinot noir. Soms zit er ook een klein deel witte druif in de blend.
Wat is het verschil tussen wijn en rosé?
Rosé is een vorm van wijn, met als onderscheidende factor de korte schilinweking. Daardoor heeft het minder tannines dan rood en meer frisheid dan wit.
Drink je rosé alleen in de zomer?
Rosé is geliefd in de zomer door het frisse karakter, maar past ook prima bij lichte gerechten of als aperitief buiten het seizoen.